Leerdoelen en succescriteria worden nog wel eens door elkaar gehaald. Er is echter een heel duidelijk verschil:
In een leerdoel staat wat je gaat leren. Als je wil weten hoe je dat moet doen, dan kom je uit bij de succescriteria.
Succescriteria kun je ook kwaliteitscriteria noemen. Ze beschrijven hoe deelnemers de leerdoelen kunnen bereiken en welk gedrag of opbrengst daarbij past. Succescriteria kunnen gaan over het eindproduct (de eisen aan een eindopdracht), maar ook over het proces. Dit laatste kun je ook zien als een soort mini leerdoelen.
Volgens Mager (1962) 1 maken succescriteria een leerdoel completer. Ze helpen je om te beoordelen of de activiteiten die deelnemers hebben gedaan, succesvol zijn geweest. Bij beoordelingen van vaardigheden (met veel losse handelingen) of grote producten (met veel losse onderdelen) kan het erg fijn zijn om succescriteria te gebruiken. Denk bijvoorbeeld aan een rubric, dit is eigenlijk een set succescriteria. Ook bij het geven van effectieve feedback of peer feedback kan een rubric met succescriteria je helpen.
Zijn er dan alleen maar voordelen? Nee. Het is niet altijd nodig om leerdoelen én succescriteria op te stellen. Het grote risico aan succescriteria is namelijk dat deelnemers het gaan zien als een afvinklijst. De focus komt dan te liggen op het afvinken van de losse stappen of activiteiten (het middel) en niet op het behalen van het doel.
- Mager, R. (1962) Preparing Instructional Objectives. Fearon, Palo Alto.
↩︎